Welkom bij de vernieuwde site van Fiona's Food blog

Deze site past zich aan uw apparaat aan: desktopcomputer, tablet of smartphone

Alleen deze pagina wordt nu in deze nieuwe look getoond.

Mocht u opmerkingen of vragen hebben, vul dan het contact formulier in.

Veel kook -en eet plezier

fritata

Tuinenbonen en capucijners

Tuinenbonen en capucijners, en de groetjes van Fiona

Nog zo’n trauma: gezellig boontjes doppen aan de keukentafel. Je zult je afvragen hoe dat nou een trauma kan zijn, want eigenlijk is dat heel gezellig en huiselijk. Dus: que???

Nou, dat kan ik in principe verklaren. Mijn ouders hadden een volkstuintje. Wat gek is, bedenk ik me, want we hadden een rijtjeswoning met voortuin en achtertuin. En een volkstuintje dus. Overigens, ik wil ook heeeeeeeel graag een volkstuintje, maar dan een met een huisje erop waar je in kunt verblijven en ik heb een balkon van 2,5m2, dat moestuint wat lastiger dan een voortuin en een achtertuin.

Anyway, die volkstuin dus. Daar verbouwden ze Dingen. We spreken eind jaren ’70, begin jaren ’80. Dus nog vóór de tijd van hippe dingen als courgettes en wel ná de tijd van de ‘vergeten groentes’ als pastinaak en dat soort leuke dingen. Wij hadden dus tuinbonen. Aan van die bamboestokkenwigwamszonderdoek. Veel tuinbonen. Heel Veel Tuinbonen, nee erger, Heel Erg Veel Tuinbonen. Of eigenlijk nóg erger: Heel Verschrikkelijk Erg Veel Tuinbonen. Dat was het, Heel Verschrikkelijk Erg Veel Tuinbonen.

En Al die Bonen dienden gedopt. Niet erg, best leuk om samen te doen, en ik vind tuinbonen doppen eigenlijk best een leuk werkje. Het is heel erg mindful, nog uit de tijd dat mindfulness nog moest worden uitgevonden. Nou dat ook weer niet, mindfulness is denk ik ouder dan tuinbonen, maar je kon er nog geen cursus in volgen. Dat werk. En de binnenkant van de boon is zacht, dus dat voelt ook nog wel grappig. En je eten zelf doppen, het voelen, voegt tast toe aan de smaak. (Dat is de reden dat veel Indiase mensen met hun handen eten, dan voel je je eten ook, dat is ook smaakbeleving.)

Tot zover gaat het allemaal nog goed. Maar als die tuinbonen, punt 1 te veel zijn waardoor je eindeloos tuinbonen moet gaan zitten kanen (waarom gaf ze het dan niet weg zou je denken??? of ruilen met andere volkstuinhobbyisten????) Punt 2 als ze jong en vers zijn, is het ook nog te eten. Maar als tuinbonen oud en stom worden, worden het zweetvoeten. Het hele huis is dan vergeven van de zweetpotenstank en dat krijg je nog op je bord ook. Dus nee, tuinbonen is niet mijn ding want ik krijg de geur van zweetpoten door het huis nou eenmaal niet uit mijn geheugen.

Nu wilde vriendlief ineens tuinbonen eten voor zijn verjaardagsfeestje. En ja, met je verjaardag mag je kiezen wat je eet. We hebben dus tuinbonen. Ik wil ze ook wel weer eens proberen, want tussen mijn zweetpotenervaring en nu zit zo’n 25 jaar. Iets zegt me dat dingen nog weleens veranderen. Een vriendin gaf de tip: dubbel doppen. Dat gaan we doen, dubbelgedopte tuinbonen, met gebakken spek. En een rollade met honing-mosterd-iets en puree van opperdoezer rondes. Maar daar gaat deze blog eigenlijk niet over. Want ik wil naar capucijners.

Want, die kunnen uit een pot. Maar nu, net nu, zijn ze vers verkrijgbaar. Dat is zo’n 3 weken per jaar het geval (over seizoenseten gesproken). Vorige week zei de marktmeneer dat ze er nog niet waren en dat we 1 a 2 weken moesten wachten en dan los konden. En hij had precies gelijk, want ze zijn nu volop verkrijgbaar. Althans, bij groenteleveranciers die aan specials doen en verstand van seizoensdingen hebben. Dus, sla je slag!!!

Wij deden dat gisteren. Verse capucijners. Zien er ook nog eens leuk uit, want die peulen zijn mooi paars. En vers zijn de capucijnertjes die erin zitten groen. Die moeten dan 8 minuutjes gekookt, uit de peul (gezellig samen doen!) en zonder!!!!! zout. Dan smaken ze, zo beloofde mij een kookboek, zó ontzettend anders dan uit een pot. En ja, zó ontzettend anders dan uit een pot. En laat ik er nou ook wat leuks mee gemaakt hebben gisteren! Hieronder het geheim: 1 kilo capucijners in peultjes, en dan uit de peultjes
1/2 grillworst
1 flinke hand preiringen, of 2 handjes
2 nectarines, in stukjes, zonder schil en zonder pit (nee!!!!!, niet uit blik!)
per persoon een klein kwakje picalilly (die mag uit pot).

Kook de capucijnertjes dus in koud water, en als het kookt 8 minuten, afgieten en even met koud water afspoelen om het kookproces te stoppen.
Bak de preien in een pan en dan grillworst erbij, dan de capucijners erin en de nectarines. Heb je net zo’n dolle bui als ik gisteren? dan doe je er nog een klein scheutje witte wijn door.
Serveren op bordjes met kwakje picalilly en nou, dat is het.

fritata

PoppenhuisFritata

Fritata, en de groetjes van Fiona

Toen ik 4 was, kreeg ik een Heus Poppenhuis. Een enorm gevaarte moet ik zeggen, iets van anderhalve meter bij een meter bij een meter. Nu, 37 jaar later, kan ik vaststellen dat de zaagtand-dakleitjes van bitumen met steentjes is gemaakt (dakbedekking die ook op daken schaal 1:1 wordt gebruikt), de ‘zilverkleurige’ dakgoot van onvervalst (bewezen) oerdegelijk duckt-tape -als je het met duckt-tape of ti-rips niet kunt oplossen, is het ook niet op te lossen, zegt manlief hier thuis altijd...- de schoorsteenpijpjes zijn kleine lege garen-klosjes en ga zo maar door. De inventiviteit zou in het tijdschrift Poppenhuizen en Miniaturen (dat bestaat!) niet misstaan.

Mijn poppenhuis had een stroomcircuit waardoor je heeeeeeel kleine stekkertjes in heeeeeel kleine stopcontactjes kon doen en dan gingen (als je de hoofdstekker in het ‘normale’ stopcontact deed) de lampen aan. Ook ging dan de open haard aan. Daar was namelijk van die overhead-sheets, maar dan rood, een stukje geknipt en daarop waren piepkleine brokjes steenkool geplakt, daaronder zat zo’n ouderwets kerstlampje, wat dan ook weer via dat fantastische stroomcircuit was aangesloten. Dus, de haard kon ook aan. De schaal, die is 1: zie maar. Dat maakt dingetjes maken of kopen voor in dat poppenhuis ook wel weer makkelijk, je hoeft niet op schaal te letten, dat heeft dat ding toch niet. Mijn poppenhuis, heeft als puntje van aandacht dan dat het geen stromend water heeft. Het poppenhuis van Queen Mary in Windsor castle in Windsor heeft dat dan weer wel. Maar dat heeft ook een werkende lift, dat heb ik ook niet. Grom.

Wat ik dan weer wel heb, is van oude dopjes van tandpasta-achtige tubes en schoonmaakflesjes met iets van cement-achtig spul erin gemaakte “plantenbakken”. Deze plantenbakken daarin huizen plastic bloemen en veren. De veren hebben van de tand des tijds wel wat te lijden gehad, maar daar staat dan wel weer tegenover dat de kussens van de bedjes door mijn oma zijn voorzien van kanten randjes, er was zowel vitrage als overgordijnen en natuurlijk Holly-Hobbie-behang.

Wat dit zo vreselijk bijzonder maakt, is niet eens zozeer hoe knap dit poppenhuis eigenlijk gemaakt is. Het is oerdegelijk, kinderhandjes-proof en eigenlijk gewoon best heel erg leuk. Nee, wat het zo speciaal maakt, is het feit dat mijn opa en oma een behoorlijk slecht huwelijk hadden en dit toch -blijkens de resultaten- een tamelijk goed gecoördineerde coproductie bleek, hoewel het zeer letterlijk in elkaar gevloekt is. Zij hadden geen problemen veelvuldig de naam van de Heer ijdel te gebruiken, of ze riepen gewoon hulp in. Doorhalen wat niet van toepassing is. Bovendien had mijn opa zo vreselijk reuma, dat zijn vingers haaks op zijn handen stonden, wat hem er dan weer niet van weerhield om gewoon shaggies te draaien hoor, dat kon ie prima, twisted handjes of niet. Ik had al een eeuw het plan dit staaltje jeugdsentiment weer eens op te zetten, het volledig te restaureren en weer in te richten, want het is met 4 verhuizingen toch gewoon gelukt om eigenlijk alles nog bij elkaar te hebben.

Van de week heeft manlief het voor me in elkaar gezet. We hebben nog best wel wat restauratiewerk voor de boeg, maar hij staat weer. Heeft een mooie, prominente plek in de woonkamer gekregen, gewoon omdat dat kan en omdat dat gewoon leuk is. De bedoeling is dat er ook weer een stroomcircuit inkomt en ik zie ook in de nu-versie maar af van stromend water en een lift. Sommige dingen moet je een beetje laten zoals ze waren. Van al dat geknutsel krijgt een mens wel trek natuurlijk. En het oude poppenhuis is meegegaan naar deze eeuw, wordt met de ‘modernste technieken’ (ik koop gewoon nieuwe kwasten en spijkertjes en nieuwe stroomdraadjes) gerestaureerd, dus we mogen gewoon ‘iets moderns’ eten. Maar wel iets wat een beetje makkelijk is, want we willen ook vooral kunnen knutselen aan dat leuke huisje.

Fritata met aardappel, groentjes en salade.
Nodig:
stuk of 5 eieren
wat koude, gekookte aardappels (overhouden dus voor de volgende dag)
2 van die bananensjalotten
1/2 courgette
zout, peper en als je wil knoflook

Salade:
1/2 komkommer
wat (kers)tomaatjes
2 lente-uitjes
1-2 sneden brood (mag oud zijn, liefst bruin)
1-2 tenen knoflook
teen knoflook
olie
azijn
peper en zout
likje mosterd
beetje sinaasappel of tropische fruit-limonadesiroop (scheutje)
verse peterselie of ander groen

Snijd de aardappel in blokjes, stukjes, reepjes of plakjes. Doe dat ook met de courgette en de sjalotjes (die je eerst pelt). Kluts de eieren en meng met peper en zout (erg lekker: beetje chilipoeder erdoor voor een bite). Doe in een ovenschaal of hittebestendige bak, kom of wat je leuk vind een bakpapiertje. Eerst ff helemaal tot een prop maken, dan kun je dat bakpapier makkelijk draperen. Bekleed je vorm, bak met dat bakpapier en zet als je wil met paperclipjes vast. Kieper het eimengsel erin en verdeel de gechopte groenten erdoor. Andere dingen mogen er ook in hoor, alleen let op dat het ‘droge’ groenten zijn. Tomaten, spinazie, dat werk, daarmee moet je opletten dat het niet zo nat is dat je ei niet wil stollen. Zet dit in een voorverwarmde oven tot het gaar is. (iets van 170 graden, half uur tot drie kwartier, maar kijk vooral gewoon).

Brood snijd je in stukjes en bak je met knoflook in een koekenpan met peper en zout tot croutons. Het is best heel verstandig die knoflook er gaande het bakken weer uit te vissen, want als het verbrandt, wordt het bitter. Zet de croutons apart. Tip: maak de dubbele hoeveelheid croutons of voed je huisgenoten op. Het eerste is makkelijker. Snijd voor de salade alles wat knaagbaar is in stukjes en doe in een kom. Maak van de overige ingrediënten een dressing. Vlak voor serveren doe je de croutons erdoor, dressing erop en smullen maar!

huzarensalade

Huzarensalade

Welkom in Bovenkarspel, en de groetjes van Fiona

Laatst ben ik een uurtje terug geweest in de buurt waar ik vroeger opgroeide. Ik had het even nodig om de mij van nu even rond te laten wandelen in de buurt waar de mij van toen rondrende. Misschien niet voor niets had ik een troosteloze en koude dag uitgezocht, want ik heb niet de beste herinneringen daar.


Maar goed, soms moet je eens even met je handen in je zakken de paden afwandelen waar je vroeger ooit liep. Gewoon, zonder verwachtingen, zonder doel iets te vinden. Dat was maar goed ook, want veel is daar niet te vinden.


Mijn ouders zijn om mij volslagen onduidelijke redenen het gezellige Amsterdam uitgegaan en zijn naar een Voorloper van Vinex verhuisd. Het ontstaan van de slaapsteden. Purmerend is ook zon oord, wat expansief is gegroeid in de late jaren 60, vroege jaren 70 van de vorige eeuw. En Almere werd uitgevonden in die tijd. Het geeft een beeld.


Nog zonder mij, want ik was nog niet in productie genomen, zijn mijn ouders naar een wijkje gegaan wat net was aangelegd, ploef; in de platte polder. Onze straat nummerde dik tot in de 400 door. Allemaal blokjes van 4 a 5 rijtjeswoningen, gesitueerd in hofjes op een rij, een soort meanderend weggetje eromheen (de planologische bloemkoolwijken speels en on-oriënteerbaar lagen toen nog maar net in concept op de tekentafels). Twee concurrerende scholen naast elkaar. Een openbaar, een protestants christelijk. Ik heb een half jaartje op de openbare gezeten en ben daarna naar de protestantse school gegaan, alwaar ik de meest fantastische dingen leerde over God en zijn zoontje, Jezus. Die twee samen, ik vond dat zó fantastisch: ze konden van alles en deden nog meer. Soort sinterklazen maar dan zonder cadeautjes maar meer op medisch gebied; hoe geweldig was dat; ze konden iedereen genezen, zorgden voor arme mensen en het was een groot feest met dat duo. Ik ben wel in sinterklaas blijven geloven overigens.


Wat mijn echo van het verleden me vooral bracht was het inzinken van de wetenschap dat ik daar niet thuis gehoord heb. Niet zal horen ook. Niet omdat ik het veroordeel, maar omdat het niet voor mij is. Een stil, slaperig wijkje met niets dan twee schooltjes, aan de ene kant een verlopen sporthal en aan de andere kant tegenwoordig een Lidl. Dit is al wat er te beleven valt. Het aftandse speeltuintje ligt er nog, hoewel iets veranderd. De health-hazerd-zelfgefrutte klim- en glijvoorzieningvan destijds is godzijdank vervangen door iets waar geen spijkers uit meer steken, maar wat wel voldoet aan tegenwoordig bestaande veilig-spelen-keurmerken. Het klimrek is weg, het hondentoilet/zandbak ook. Er is een wip, die kan ik me niet herinneren, een wip. Tsja. En de huizen hebben een opfrisbeurt gehad. Nu is het fleurig-doch-troosteloos. Vroeger was het alleen troosteloos. Tóch nog vooruitgang.


Maar ondanks de grauwe, gure dag die ik min of meer expres gekozen had om mijn oude omgeving in perspectief van de volwassen ik te kunnen plaatsen, soms, op mooiere dagen dan de zaterdag die ik koos, gingen we tussen de middag huzarensalade maken. In onze culinaire beleving van weleer, lag die wel aardig in lijn met de plek waar een deel van mijn jeugd ligt: gekookte aardappels, restjes uit de koelkast in mayo en dan op je brood, maar ik vond het feest!


Na een uurtje ofzo rondlopen in het dorpje in het hier-en-nu heb ik nog koffie gedronken in het destijds en nu nog steeds best moderne winkel-centrumpje bij het station. Er was er een die koffie naar de omgeving verkocht: troep uit een automaat die eigenlijk niet geschikt of bestemd is voor menselijke consumptie. Maar ook dit oord is met zn tijd meegegaan. Achterin dit winkelcentrumpje zit een tentje met een fatsoenlijke koffiemachine. Waar de mevrouw nog best een knappe kop espresso kan serveren.


En terug in Amsterdam, de stad waar ik -in ieder geval nu- hoor, vond ik een tijdje geleden een recept voor huzarensalade die iets meer om het lijf had dan de aardappels, restjes en mayo van vroeger. Zie je, vroegâh was niet alles betâh. Echt niet. Om de dooie dood niet dat ik ook maar iets van die tijd en die plek terug wil. Ook die huzarensalade niet. Maar deze wel. En nee, ik heb me niet aan het recept gehouden. Doe ik zelden. Dus hier krijg je de Fiona-versie anno nu.


Huzarensalade met gerookte forel voor 2 personen lunch of lichte maaltijd of voor 4 als vooraf of met voldoende brood erbij toch weer lunch


500 gram vastkokende aardappels in de schil (bijvoorbeeld roseval, goddelijk!)

3 eieren

stuk of 3 augurken (middelmatige maatvoering)

2 -3 eetlepels zilveruitjes, of amsterdamse uien voor de Amsterdamse beleving

1 elstar-appel

1 pakje gerookte forelfiets (of je gaat zelf prutsen met forel fileren en dan roken, koken of stomen)

4 eetlepels slaolie

2 eetlepels azijn

en ja, daar is ie: een paar eetlepels mayo

zout, peper

heel fijn gesneden 2 bosuitjes of 1 sjalotje

klein beetje suiker of honing

verse peterselie


en dan komt het: kook de aardappels, niet door en door gaar, dus een minuut of 15 met wat zout (gemeten vanaf dat ze koken dan). Kook ook de eieren, die wel goed hard, dus een minuut of 10. Na afloop laten afkoelen. De eieren koel je in koud water, als je dat met je aardappelen doet, gaat de smaak eraan. Dus beter nog: restje aardappelen van de vorige dag of hier eerder aan beginnen.


De aardappelen in stukjes, de eieren in elke richting een keer door de eiersnijder. Heb je die niet: dan gewoon lekker in stukjes snijden, werkt ook.


Snij de rest van de ingrediënten in stukjes (de zilveruitjes zijn al klein, die hoeven niet gesneden).


Alles samen in een grote slakom en mengen.


In een apart kommetje de bosui/sjalot mengen met wat azijn (nog lekkerder, dat een uur van te voren doen en een uurtje wegzetten), zout en peper (theelepeltjes mosterd erbij als het feest is) en de mayo. Dan de olie erdoorheen druppelen en als een malle roeren. beetje suiker of honing erin doet wonderen.


Dan: de salade leuk op een bord draperen (je kunt de visfiletstukjes er ook bovenop doen in plaats van erdoor, staat deftiger) en daar de dressing over gieten. Peterselie erboven knippen om het af te maken. En klaar is Klara.

lentequiche

Retro

Retro, en de groetjes van Fiona

Joehoe.... mooi weer. De lente die zich in dit geval nog voor geen meter wil aankondigen dit jaar. Huisopruimkriebels en meer van dat. Wij ook trouwens, dit jaar. Huisopruiming. En wel zeer zeker onwijs veel meer dan dat dit jaar.

Helemaal blij ben ik en zin heb ik erin, want afgelopen weekend hebben we onze woonkamer een complete metamorfose geven. De gigantische eettafel waar ik altijd van gedroomd had en waarvan ik zo blij was dat ik die mooi had, die werd opgeslagen. Geen seconde spijt heb ik ervan dat ik dat wanstaltig dure, zelfs voor twee potige kerels lastig te dragen, inmiddels mooi doorleefde, teakhouten tafel heb gekocht. En o, is er gegeten aan die tafel.... Zo, wat is er gegeten aan die tafel zeg!!! Alle keukens van de wereld ongeveer wel. Nou ja, Kazachstan niet, maar dat komt omdat ik daar nog geen kookboek van heb ;-)

Maar ik denk niet dat ik het ooit nog zou doen, zo'n gruwelijk dure tafel. Of ander meubel. Als je zoiets duurs koopt, doe je het dus niet meer weg, want ja, dat is wel zonde. Maar wat als je nou, net als wij ineens de kolder in je kop krijgt en totaal ende volslagen wat anders wil hebben? Tafel gaat dus niet weg, hij is de opslag in. Misschien koop ik nog weleens een huis waar zo'n onwijs grote, mooie, houten, doorleefde tafel een respectabele plaats kan krijgen.

En nu? Nu hebben we de kringloopwinkels, Marktplaats, Amsterdam Yard sale en meer van dat totaal ende helemaal leeggestruind en hebben van alles 'nieuw' gekocht. Voor een prikkie. Want wie zegt dat tweedehands stom, en vies en naar is, moet dat ff lekker zelf weten want des te meer blijft er voor mij te struinen in die winkels. Heerlijk. Nog even volledig los van het feit dat je voor weinig echt supergave en unieke dingen bij elkaar weet te scharrelen, ook uit duurzaamheidsoogpunt is er waanzinnig veel voor te zeggen om voor 2ehands te gaan. Of vintage, klinkt beter, is hetzelfde. Hoewel, vintage is vaak wel duurder dan 2ehands. Maar ja een office-manager verdient ook meer dan een secretaresse en ook die doen allebei exact hetzelfde werk...

Duurzaam dus. en leuk. en hip. en uuuuuuuuuuuurenlang struinplezier. Nou moet ik wel zeggen, ik heb een enorme affectie voor troepwinkels, 2ehands, kringloop en vooral ook rommelmarkt. Koningsdag, ik haal er mijn hart op. Ofwel ik sta zelf met dingen die nodig opgeruimd moeten ofwel, ik sleur weer van alles mee naar huis. Ge-wel-dig!

En nu zijn we dus behalve vintage, ook retro. Want de dingen die we gekocht hebben voor in huis, allemaal super, super, super jaren '70. Zo hebben we by far de aller-aller-allerlelijkste salontafel gekocht uit de hele wijde wereld. En ook een tafelkleed. Voor alle duidelijkheid ik vind salontafels stom en ik haat kleedjes. En dit is zo lelijk, dat ik het zo leuk vind. Ff gezellig neerzetten, sopje erover en we kunnen er zo weer 10 jaar tegenaan.

Of niet, dan zet ik de hele bende weer op Martkplaats en met de buit daarvan kan ik weer opnieuw beginnen. Het heet verdorie niet voor niets kringloop....

En eten dan? Hartige taartjes kwamen volgens mij net in, in de jaren '70, dus ons hapje van vandaag is geheel in stijl, ende seizoensverantwoord, want voorjaar, dus eieren.

Dit hapje heet Italiaans te zijn. En vast ook Grieks want min of meer hetzelfde staat in Griekse boekjes. Maar wat mij betreft is het ook ultra-hollands, want wij eten hier ook spinazie en eieren en zeker de combi. Retro-Europees dan? Toch Retro-Hollandsche-Hapjes? Weet je, doe een oranje broek aan, maak deze schattige kleine taartjes en noem ze hoe je leuk vindt. Ja toch? Super-kek!


Nodig:

stuk of 7-8 blaadjes bladerdeeg, ontdooid

1 pak spinazie uit de diepvries, zonder bloep want dat is goor

1 doosje kwarteleitjes

paar aardappels, vastkokers

paar eetlepels kwark

1 'gewoon' ei

peper en zout (je mag voor het italiaanse of griekse tintje desnoods wat oregano gebruiken)

Smeer een bakvorm in met olie of boter en bekleed met de bladerdeeg, bestoven kant naar de bakvorm. Zijkanten ook bekleden.

Schil de aardappels en kook ze gaar (minuut of 15, 20, hoeft niet door en door en door gaar te zijn want gaat ook de oven nog in) met zout. Snijd die in plakjes en de dat op de bodem van de bakvorm, op het bladerdeeg.

Ontdooi de spinazie en wring die ONTZETTEND goed uit, want door kómt toch een vocht uit en dat wil je er niet in hebben. Kluts het 'gewone' ei en meng het met de kwark. Voeg daar zout en peper aan toe en eventueel de feestelijke oregano. Meng dat met de spinazie en mik dat in je bakvorm op de plakjes aardappel. Maak kleine kuiltjes en gooi daar de kwarteleitjes in (zonder schil, logisch). Daar kan dan nog wat zout en peper over omdat het ook vrolijk staat.

Dat moet dan een 20 minuten in een oven, op iets van 160 graden. Check ff of het wat is en dan hopla, smullen maar. Met een salade erbij een volledige en voor wie dat fijn vindt, vegetarische maaltijd.

geitenkaaspoffertjes

Geitenkaaspoffertjes

Lust ik niet! en de groeten van Fiona

Ok, daar gaat ie: ik ben een vrouw en ik hou niet van chocola! Zo, dat is eruit. Het is echt waar, ook nog. Ik ben een zeer bedreigde diersoort, van mij zijn er nog maar weinig over. Ik ben er weleens vaker zo één tegengekomen. Die dacht - net als ik - tot onze wederzijdse bekenning werkelijk de enige te zijn in een wereld vol chocolade-lovers. Wel moet ik mijn chocolade-fobie wat nuanceren, want het wordt nog gekker. Ik lust wel chocola in gewone harde chocolade-staat (het liefst uit de koelkast en zo dat je tanden er eigenlijk van horen te breken) maar het moet er niet doorheen zitten. Alles met chocolade er doorheen, kan ik niet verwerken. Dus geen chocoladetaart, -pudding, -ijs, koek, noem maar op. Bonbons lust ik, zolang er geen chocoladevulling inzit. Bonbon met koffievulling, kom maar op daarentegen.

Ik heb een specialist op gebied van mentale zorg geraadpleegd, die stelde resoluut vast dat ik een afwijking heb. Ik ben niet te helpen. Bij dit professionele oordeel heb ik mij uiteindelijk neergelegd en ik probeer zo goed als dat gaat met mijn handicap te leven.

Wel is het zo dat ik meerdere malen gemerkt heb dat “dat lust ik niet”, op zich wel een zeer subjectieve beleving is, ook voor hij of zij die niet lust. Ik zal dat uitleggen.

Ik kwam enkele jaren geleden voor het eerst bij Klaas. Klaas verkoopt Kaas en zijn winkel heet heel toepasselijk: Kaas van Klaas (aanrader!!!!). Klaas is zo iemand die weet hoe kaas werkt en weet hoe zijn klanten werken. Zo kwam ik dus voor het eerst bij Klaas en vroeg of hij wat lekkers had voor op het brood wat ik bij de bakker verderop gekocht had en waar ik mij al ernstig op zat te verheugen. Klaas vroeg natuurlijk van wat voor soort kaas ik hield, en ik had geen flauw idee. Verschillende dingen lust ik wel, qua kaas, zolang het maar geen blauwe kaas is, want dat lust ik echt niet. Ik kende namelijk als enige blauwe kaas Gorgonzola en dat lustte ik toen niet en dat lust ik nu niet. Te veel Heftig en te weinig Smaak voor mij. O zei Klaas, goed, maar wil je dan deze blauwe kaas wel even proeven? Want ik denk namelijk dat je deze echt heus wel lust. Zo proefde ik Klaas zijn boterzachte Saint Agur en daar de zachte van want er daar zijn meer varianten van. BOTERZACHT!!! Romig, smaakvol, super! En dat was een blauwe. Een echte, heuse blauwe. Klaas legde mij uit dat er namelijk ook heel zachte blauwe bestaan en hij had dat daar en dan bewezen. Inmiddels ben ik wel meer blauwen gaan waarderen, waaronder een van de heftigste: Roquefort! Gorgonzola, daar hou ik nog steeds niet van, want die vind ik nog steeds te onbehouwen, maar blauw; ja dat lust ik wel.

Zo ook geitjes. Van geitjes maken ze ook kaas. Althans, van hun melk. Van de geit zelf kun je overigens een zeer verdienstelijke stoofpot maken, maar dat is dan niet meer vegetarisch, die kaas nog wel. Ik hoor vaak mensen zeggen: ik lust geen geitenkaas. Ik kan mij dat voorstellen als je voor het eerst een geitenkaas geproefd hebt, en het is zo’n sterke, apestraffe geitenkaas. Geitenkazen kúnnen namelijk heel sterk zijn en als je daar niet op bedacht bent, kan ik me voorstellen dat dat -zeker een eerste keer- helemáál niet lekker is. Alleen van geitenkazen heb je vast ongeveer evenveel varianten als van koeienkaas. En laten we eerlijk zijn, als je van hyperjonge koeiengraskaas houdt, is een overjarige oude Goudse kaas ook veuls te heftig om in 1x lekker te vinden. Klaas verkoopt ook een lief zacht geitje. Merlijn-chevre. Die noem ik kleddergeit. Dat is omdat het een ongeperste geit is. De kaas wordt geschept en normaal wordt dan het vocht eruit geperst en van de overgebleven wrongel ontstaat de kaas. Deze lieve zachte geit wordt alleen geschept, er ontstaat en dikke korst (hoe daar hebben kaasmakers en Klaas verstand van, ik niet) en daar zit kaas en kledder, hij loopt namelijk nogal leeg bij kamertemperatuur.... Maar werkelijk; ik denk niet dat ik betere kaas ken voor op een broodje dan Klaas z’n kleddergeit!!!!! Ook hier weer, botertje zacht, beetje zoutig en een heel klein geitenscherpje, maar dat is heel subtiel, en dat geeft ‘em precies wat ie moet hebben.

Dan is er ook natuurlijk nog gewone Hollandsche geitenkaas en daar is de oude van bijvoorbeeld heel fijn van. Zachter dan gewone Goudse oude koeienkaas wat mij betreft. Zó jammer als al dit lekkers je ontgaat als je door die ene geitenkaaservaring zo getraumatiseerd bent dat je al die andere, bijvoorbeeld zachtere, geitenkaasjes niet meer durft te proeven. Dus ik daag de geitenkaashaters uit er nog eens één te proberen.

En ik hoor mensen vaak over gember. Ik lust geen gember, -hoor ik zó vaak, dat je bijna zou denken dat er niemand meer is die bij mij iets uit Azië kan eten. Ik kook graag uit veel keukens uit Azië en ze hebben steevast gemeen dat er vrachtwagenladingen gember in gaan. Maar! Als je die gore gemberbolletjes kent en denkt dat dát de smaak van gember is, zit je er punt een ongeveer een kilometer naast en punt twee; je mist zoiets lekkers!!!! Het is best weleens gebeurd dat iemand bij mij lekker alles opsmikkelde en dat als we het later over de veroorzakers van die smaakexplosies hadden, dat ik aangaf dat gember een belangrijk onderdeel van al dat lekkers was. Gember, hoor ik dan vaak? Maar ik lúst helemaal geen gember. Nee, fout, je lust geen gemberbolletjes of van die sukade-dingen van gember. Die lust je niet. Gember, ik denk dat maar weinig mensen dat niet lusten. Maar ze zullen vast bestaan, net als er ook weinig mensen die niet van chocola houden, en die bestaan tenslotte ook. Al zijn ze zeldzaam...

Daarom hier een receptje voor geitenkaas-lovers en mensen die dapper en stoer nog eens een poging wagen. Deze poffertjes zijn heerlijk zacht van smaak dus geen heftige verrassingen.

Geitenkaaspoffertjes met salade met honing en dille, #gewoonomdathetkan

nodig:
300 gram zelfrijzend bakmeel
250 gram oude geitenkaas, geraspt
1 theelepel zout
peper
3 eieren
4 dl melk
poffertjespan
olie of boter

sla (veldsla, kropsla, geplukte sla, eikenbladsla, wat je wil maar GEEN ijsberg!!!)
bosje dille
1 slalotje, heel fijn gesnipperd
dessertlepel honing
olijfolie
(cider)azijn
zout, peper


Meng met een handmixer het zelfrijzend bakmeel met het zout, de peper en melk tot een glad beslag. Mix er 1 voor 1 de eieren doorheen. Meng daarna 200 gram geraspte geitenkaas erdoor. Bewaar de overige geitenkaas voor de salade.

Vet de poffertjespan in en bak de poffertjes om en om en ga daarmee door tot het beslag op is. Laat afkoelen als je het op de salade wil serveren. Warm kan als je het erbij geeft. Begin in dat geval met de salade.

Meng behalve de sla en de geitenkaas alle ingrediënten voor de sla, doe als laatste de olijfolie, druppel die er al roerend in. Proef en stel bij waar nodig. Dat gaat over de sla, daarover de overgebleven geitenkaas en daarover de poffertjes.

Klaar.

fionafoodkoelkastvondsten

Archeologische koelkasten vondsten

Archeologische Koelkastvondsten met kerrie en bier en groeten van Fiona

Definitie van archeologie volgens Wikipedia: Archeologie: 'leer der oudheid' of oudheidkunde is de wetenschap die overblijfselen van oude culturen bestudeert teneinde het verleden te reconstrueren en te duiden. Dergelijke overblijfselen, in het bijzonder door de mens vervaardigde gebruiksvoorwerpen (vakterm: artefacten), worden bij opgravingen gevonden. Het wetenschappelijk onderzoek behelst die overblijfselen en de context waarin zij worden aangetroffen.

Definitie van archeologie volgens Fiona: Gegraaf in de modder met kwastjes en kleine scalpeltjes teneinde te kijken wat je vindt. Ik associeer het vooral met stoffigheid (als het in Afrika, Amerika of Australie plaatsvindt) of met kou, klei, regen en groene kaplaarzen als het in Nederland plaatsvind. Er zal ook vast archeologisch opgegraven worden in meer appetijtelijke seizoenen waarbij de gravers in korte broek en t-shirt muntjes uit oude beerputten weten te kwasten, maar als ik het voor me zie, is het altijd winter, koud, grijs en regent het immer, vandaar die kaplaarzen. Die associatie heeft er wel degelijk toe geleid dat ik geen hobby-amateur- of meer professioneel archeologe ben geworden. En dat terwijl ik mij wel degelijk interesseer voor geschiedenis en dingen die gevonden worden.

Zo is er in Amsterdam -al lang geleden hoor, ik vertel niets nieuws- bewijs gevonden dat er waarschijnlijk wel degelijk een heus kasteel(tje) heeft gestaan. Fundamenten ervan zijn gevonden tijdens opgravingen (koud, grijs, regen) in de jaren ’80 van de vorige eeuw bij de Nieuwezijds Kolk. Extrapolatie van de gegevens heeft geleid tot een tekening van de vermoedelijke lay-out. Jammer genoeg kun je er niets van zien. Misschien moet ons stadsbestuur eens op excursie naar Barcelona om te zien dat ze dat toch heel leuk boven hebben zichtbaar hebben weten te maken. Je gaat als bezoeker naar beneden met een lift, die vrij langzaam gaat en waar ze dan een schermpje projecteren met een pijltje wat naar beneden gaat en jaartallen die aftellen... Eenmaal uit de lift, loop je overdekt langs wat er uitgegraven is en er zijn tekeningen bij gemaakt met wat het toen was zodat je je er een beeld van kunt vormen. Best leuk gedaan, zou ik in Amsterdam ook leuk vinden!

Verder beperk ik me qua Amsterdamse Oudheidkundige Archeologische Vondsten wel tot wat er in het Amsterdams Historisch Museum keurig afgewassen in vitrines tentoongesteld ligt. Met kaartjes erbij wat het voorstelt en of hoe oud het is.

Maar er is meer archeologie. Ook in ons moderne leven kun je je als amateur-archeoloog tegoed doen aan Hedendaagse Vondsten. Ook in de moderne tijd kom je dingen uit het verleden tegen waarbij je soms nog de herkomst en het doel kunt vaststellen, maar van sommige vondsten is dat beyond recognition. Het gebeurt. Ik heb het dan over de inhoud van de koelkast. Hoewel je toch braaf probeert alles op te eten, kliekjes tot lunch te promoveren en van restjes weer wat nieuws te creëren, wie stuit niet af en toe op een bakje waarvan de inhoud groen, aaibaar en ondefinieerbaar is? Sommige van die artefacten hebben nog iets van hun oorspronkelijke vorm (zeg, gekookte aardappel) en daarvan kun je nog vaststellen wat het is (gekookte aardappel), hoe oud het artefact is (twee tot drie weken) en wat het oorspronkelijke gebruik casu quo de bestemming was (aardappelsalade). Ik noem maar een voorbeeld. De op deze manier gevonden artefacten zullen waarschijnlijk geen tentoonstelling halen met informerende kaartjes in mooie glazen vitrines, nee, deze vondsten gaan dubbelverpakt al dan niet met het meegeschimmelde bakje hopla, naar de jongens en meisjes van de Stadsreiniging, die daar nog wel een plekje voor weten (energiecentrale van Amsterdam). Komt het gelukkig toch nog goed met de door mij vergeten gekookte-aardappel-resten, pfwew!

Gelukkig, er is ook nog de laatste, recentere vorm van archeologie, tegenwoordig eens per week uitgevoerd waardoor hierboven beschreven vorm van archeologie (naar de energiecentrale) gelukkig zoveel mogelijk tot het verleden behoort.

We hebben met de laatste vorm van archeologie twee mogelijkheden. De eerste leidt tot een vorm van nasi goreng van wisselende nationale oorsprong. De andere gaat in de oven, en daarover wil ik het vandaag hebben.

Stel, je vindt dingen in je koelkast als:

een halve bloemkool
een flesje bier (Konink in dit geval)
een doosje champignons
een prei
een teen knoflook
al dan niet reeds gekookte aardappels
en in de vriezer ontdek je een pakje spekjes


Boven of onder het aanrecht een ovenschaal en in het kruidenrek:
kerrie
zout
peper
knoflookpoeder

Nou dan kun je daar dus Dingen mee.

Spekjes uitbakken tot crunchy. (Hoeft geen boter of olie bij, het is vet zat van zichzelf.)

De aardappels, indien gekookt, prima, alleen in stukjes. Indien rauw, even koken, hoeft niet helemaal door en door gaar, het gaat tenslotte nog de oven in.

De bloemkool verdeel je in kleine stukjes en roosjes (stelen zijn prima eetbaar!). De prei snij je in ringen en was je daarna toch wel even goed, tenzij je erg van knarsend eten houdt, dan heb ik niets gezegd.

Champignons schoon en in stukjes of plakjes.

Dan; bloemkool, champignons, aardappelstukjes en prei in de ovenschaal. Meng in een schaaltje wat kerrie (een flinke eetlepel) met een beetje knoflookpoeder en zout en peper), strooi dat over de inhoud van je ovenschaal en meng dit even goed (met je handen, dat gaat het best en dan ruik je twee dagen de geur van kerrie). Giet de helft van het flesje bier in een hoekje van de ovenschaal (zo spoel je niet je specerijenmengsel van je groenten). De andere helft van het flesje bier kan in de kok. Meng de spekjes door het mengsel en zet de ovenschaal in de oven. Zo’n 200 graden en een half uur of iets langer. Hou tussendoor in de gaten en roer een keer of een paar keer om. O en vergeet niet die knoflook in stukjes te snijden en tussen het mengsel te proppen.



Archeologische expeditie beëindigd, de vondsten kunnen genuttigd worden. Deze expeditie is ook mogelijk met andere artefacten uit je koelkast.

kopkluifjes

Guilty pleasures

Guilty pleasures en de groeten van Fiona

The flesh is weak, zo ook het mijne. Binnen net meer dan 1 week heb ik mij bezondigd aan het nuttigen van achtereenvolgens; vissticks uit een pak, broodmix uit een pak (nou ja, niet zo uit het pak, ik heb daar zeer tevergeefs eerst een brood van trachten te fabriceren), zelf opgeleukte diepvriespizza en tenslotte kaasfondue uit een pak.

Echt hè, in iets meer dan een week. Ik zit nog naar lucht te happen. Juist ik ben een blog begonnen met recepten waarbij je met twee vingers in je neus lekkere dingen kunt maken waardoor diepvriespizza en pakjes voorgoed tot het verleden kunnen behoren, omdat zelf maken zooooooveel fijner en lekkerder is... Ik kan niet anders dan constateren dat ook ik lijd aan momenten van tragische zwakte. Kant en klaar en uit een pakje. Ik schaam mij dan ook diep.

Toen mijn partner tot overmaat van ramp van het weekend ook nog vroeg of we niet weer eens shoarma moesten eten en ik bemerkte dat ik eigenlijk heel blij werd van dat idee, besefte ik me dat er in ieder geval voor nu even geen redden aan is met mij. Ter mijn verdediging wil ik nog wel aanvoeren dat ik de shoarma wel bij een fatsoenlijke echte slager ga aanschaffen, dat het daadwerkelijk uit lamsvlees gaat bestaan en dat ik de knoflooksaus wel braaf zelf zal maken. Maar toch... In mijn defensie: ik heb denk ik al meer dan 5 jaar geen shaorma gegeten, dus dat mag dan toch wel??? Nee, dat weet ik ook wel. Nou, en ik ga dat lekker toch eten van de week.

Ik hou het er maar op dat ik al mijn zonden geconcentreerd heb en ze allemaal tegelijk begaan ben. Het zal vast leiden tot strafverzwaring, maar het is beter dan langdurig te recidiveren zeg ik dan maar.

We zullen dat vast allemaal wel hebben, iets waarvan je weet dat je het niet lekker mag vinden, van behoort te walgen, omdat het culinair van dermate schrikbarende trieste ellende blijk geeft, en toch; wie bezwijkt er niet af en toe voor een kroket uit de muur, of erger: een frikandel, gevuld met zoveel mayo, ketchup en uitjes dat je (gelukkig) de frikandel in kwestie eigenlijk niet meer proeft? Ik reken mij zeker tot die groep. Als ik aan zo’n slechte en smerige frikandel denk, ga ik angstaanjagende gelijkenis met Homer Simpson vertonen, kwijlen en trek ik onaangename gezichten... jummie :-)

Nou ja, ik vrees dat het nog wel erger wordt. Want die vissticks, kant en klaar; van die ultragoedkope vissticks (waarvan de Keuringsdienst van Waarde vast leek te stellen dat er weinig verschil bestaat in inhoud van de onderlinge merken... en mij is ook nooit enig verschil tussen de allergoedkoopste en allerduurste vissticks opgevallen), die vind ik af en toe echt lekker, het is mijn guilty pleasure. Toegegeven, ernstig, ernstig. Ik zal er een recept mee geven zodat je zelf mag vaststellen of dit ernstig is of een guilty pleasure die stiekem toch wel heel fijn is... Het is een eigenbedachte fusionsituatie waar Hollandsche vissticks uit pak (die vlgs mij vooral uit Duitsland komen) combineert met Taboulleh (couscoussalade) uit het land van 1001 nacht.

nodig voor 2 personen:

1 pak vissticks
150 - 200 gram couscous
1/2 bouillonblokje
(als je wil, kun je nog wat specerijen meekoken; raz el hanout, komijn, korianderpoeder, paprikapoeder en of beetje kaneel)
1/2 komkommer, in stukjes, zaadlijsten verwijderd (snij in lengte in 4-en, dan snij je ze er zo uit)
3 tomaten, ontveld (1 minuut in heet water dompelen met kruisje in onderkant gesneden), zaadjes eruit en in stukjes gesneden
6 lente-uitjes, in ringetjes of fijngehakt
2-3 eetlepels gehakte verse munt
2-3 eetlepels gehakte verse koriander
2-3 eetlepels gehakte peterselie (blad of krul, wat je wil)
sap van 2 citroenen (en beetje sap voor later op de vissticks)
5 eetlepels olijfolie (of beetje meer naar smaak)
1/2 theelepel zout (meer kan altijd, eruithalen niet)
wat chilipoeder of harissa
flinke hand olijven

Dan doe je het vlgd:

Bak de vissticks vlgs de aanwijzingen op de verpakking in een beetje boter tot ze crunchy zijn.

Wel de couscous volgens de verpakking in water waarin dat halve bouillonblokje is opgelost en eventueel nog de specerijen. Laat afkoelen.

De komkommer met zout bestrooien en in een zeef laten uitlekken. Uitknijpen helpt!!!

Meng de komkommer, tomaat, lente-uitjes, versgehakte kruiden (munt, koriander, peterselie) door elkaar. Maak een dressing van het citroensap, olijfolie en wat chilipoeder of harissa. Je zou daar nog een teentje knoflook door kunnen uitpersen en een eetlepeltje honing door kunnen roeren; ik kom dat niet controleren en het is helemaal geen gek idee om dat zo te doen. Dressing samen met de couscous door het komkommer-tomaatmengsel roeren en desgewenst in de koelkast op smaak laten komen. Roer het dan iig wel even door voordat je het gaat serveren.

Serveer de couscoussalade op een bord (of in een kom, wat je leuk vindt). Drapeer daar de vissticks een beetje esthetisch op en doe wat citroensap op de vissticks. Nou, en dan is je guilty fusion pleasure wel klaar.

Smikkelze!

kopkluifjes

Amsterdam Wereldstad! Toch?

Wereldstad Amsterdam! Toch? En natuurlijk de groeten van Fiona

Tuurlijk is Amsterdam een Verschrikkelijk Grote Stad, met Enorme Grote Steden Problemen en ook Toestanden. Op wereldschaal valt dat allemaal nogal te bezien, zo hebben we nog niet eens 1 miljoen inwoners... maar het is Verschrikkelijk Groot vinden wij Eigenheimers.

Uh-uh. Maar ook gewoon lekker dorps. Zo zijn wij laatst voor het eerst naar Filmhuis Cavia geweest. Niet dat je denkt Grootschalig, Onpersoonlijk en meer van die termen die mensen uit de provincie nog weleens willen verwarren met stads. Nee, Cavia is net even anders. Cavia is lief. Echt lief.

Ten eerste konden we het alleen maar vinden omdat we wisten wat het adres was, niet omdat het zichtbaar was aangegeven vanaf de straat (met een uithangbord of dat soort luxe...). Vanaf de straat moet je een poort door waarna je op een binnenplaatsje komt waar nog steeds niets is aangegeven. Wel zie je dat er een (waarschijnlijk oud school-) gebouw staat met iets sportschool-achtigs erin en iets voor theatermakers, al dan niet professioneel, maar dan houdt het qua duiding verder wel op Iemand die we het vroegen, liep met ons mee en gokte op de meest rechtse van de drie deuren die we zagen en daar eenmaal binnen, wilde iemand anders nog wel vertellen dat Cavia op de 1e etage van dit gebouw en dat we qua deur dus goed gegokt hadden.

Op de 1e etage gekomen, werd het duidelijk dat we inderdaad bij filmhuis Cavia beland waren. Moderne fratsen als een computer, daar beschikt dit filmhuis niet over. Wij hebben allebei een Cineville-pas, die normaal gesproken gescand wordt en dan wordt met dat scannen duidelijk dat wij keurig onze contributie hebben voldaan, waarna er voor ons kaartjes voor de gewenste film worden afgedrukt. Zo dus niet bij Cavia, want zo'n scan-controle ding werkt via een -zoals gezegd niet aanwezige- computer. Nee, de mevrouw schrijft de nummers van onze passen over en reikt ons onze kaartjes uit. Gewoon van die garderobe-nummertjes; 908 en 909. Dat zijn de bioscoopkaartjes. Want kaartjes printen, daarvoor heb je ook alweer zo'n computer nodig. Maar met de garderobe- nummertjes wordt ons zodra de zaal (het zaaltje, zo blijkt) opengaat, inderdaad toegang verschaft. We nemen plaats op een van de maar liefst 5 ofzo rijen die deze bioscoopzaal rijk is op oude, gare stoeltjes, waar bovenaan in geheel willekeurige volgorde, stoelnummers staan.

Na enige tijd komt een meneer vertellen dat we tien minuten geleden hadden moeten starten met de film, maar dat een nieuwe vrijwilliger het moet leren of een stagiaire die het nog niet weet, maar dat hij verwacht dat we over nog tien minuutjes wel van start kunnen gaan. Niemand vindt dat erg, want er komt in een filmhuis als dit, toch een wat ander publiek als in de gemiddelde Pathé- bioscoop. Heerlijk anti-mainstream!

En toen begon onze eerste film voor ons in dit filmhuis, dan toch. In ons geval was dat The limits of control; omschreven als een zelfs voor deze regisseur -Jim Jarmush- minimalistische misdaadfilm. Film voor gevorderden, hebben we achteraf geconstateerd. Hier moet je echt van houden, want voor de liefhebber van film voor ontspanning - chickflicks, romcom's, overzichtelijke actie - is The limits of control niet je ding. Super voor ons dus!

Commercie is net als de computer iets wat in Cavia nog niet is uitgevonden (kaartje: 4 euro -echt!- en gratis voor Cineville), en daarom: een juweeltje in de stad.

Ons gaan ze er nog vaker aantreffen, maar je mot toch eerst wat Film-igs eten. Ik vind dat een grote bak chickenwings heel Film-ig is. En dan niet van die kippenboer uit Kentucky die alles in de frituur flikkert, want daar vóel je je aderen gewoon dichttrekken bij elke hap die je doorslikt. Daarbij, behalve de zout-en-peper-only variant, vind ik gewoon de BBQ-kippenvleugeltjes toch verreweg Het Hollandscht. Ja, ik weet dat die BBQ-marinade eerder een Amerikaanse uitvinding is, dit is enk ik toch de meest geserveerde kippenvleugel in menig Hollandsch eetcafé. Ja, dat of van die veuls te zoete chilisaus uit een fles erover, jum - NOT!

Hier volgt de beste BBQ-Marinade uit De Hele Wijde Wereld, gewoon uit mijn Amsterdamse Keuken:
Nodig per kilo kippenvleugeltjes:
1 kilo kippenvleugeltjes (boutjes, borrelsnacks, vleugeltjes of hoe de lokale poelier ze ook maar noemt)
1 dessertlepel azijn (worden ze lekker mals van)
2 theelepels mosterd
2 theelepels kerriepoeder (mag gerust een tikje pittig zijn....)
1 eetlepel ketchup
1 eetlepel cognac (whisky desnoods, ik kom het niet controleren en gebruik goedkope!!! anders zonde van je goede cognac of whisky)
1 dessertlepel mangochutney
2 dessertlepels worchestershiresaus (ik kan ook niet helpen dat dat zo heet!)
2 theelepels lichte sojasaus zout, peper
eventueel een dessertlepel jam als je van zoetig houdt

Nou, easy peasy bereidingswijze:
Pak een grote kom, doe alles minus de kippenvleugeltjes erin, en roeren. Dan de kippenvleugels er helemaal mee insmeren. Hoe langer je dit laat marineren, hoe lekkerder (er vanuitgaande dat je niet een week doet, want dan is je kip bedorven) en dan de oven in. Keren tot het klaar is en smullen maar! (Duurt zo'n drie kwartier bij 180 graden, maar kijk ff goed of het gaar is en of je het bruin genoeg vindt. Baktijd aanpassen daaraan, niet zoveel aan de temperatuur veranderen want je wil geen rauw van binnen en zwart van buiten denk ik).

Deze marinade is per kilo. Meer kilo's? Meer marinade dus. Zo kun je zelf kijken met hoeveel mensen je het gaat eten of hoeveel van die boutjes je denkt te kunnen en willen kluiven.

Succes!

markeelsalade01

Markeel met kropsla

De Westfriese Flora en de groeten van Fiona

De lente begint in Bovenkarspel. Bovenkarspel? Bestáát dat? Ja, dat bestaat. Sterker nog, het heeft niet één, maar zelfs -heel pretentieus- twee treinstations! Ja, oh!

En daar, daar begint dus de lente. Op de Westfriese Flora. Sinds daar in 1999 nogal flink legionella was uitgebroken en een deel van de bezoekers doodging daaraan, is het evenement in 2000 niet meer gehouden. Daarna vond het plaats op andere locaties in de Westfriese Omgeving, en tegenwoordig is het onder een andere naam weer terug in good old Bovenkarspel.

Het is - jawel - de grootste overdekte bloemenbollententoonstelling ter wereld. Of dat geverifieerd is, dat vertelt het verhaal niet maar je kunt je afvragen of dat belangrijk is. Kijk, in Blokker in een bollenschuur traden de Beatles op en Bovenkarspel heeft zijn Westfriese Flora, zoals gezegd de grootste overdekte bloemenbollententoonstelling ter wereld. Een soort keukenhof, maar dat je dan niet naar Buienradar.nl hoeft te kijken. In een werkelijk enorme bollenschuur zijn behalve wandelpaden ook perkjes aangelegd met daarin allemaal verschillende bosjes tulpen. De gekste kleuren, als er een tulp in is, dan zie je 'em daar. O, en dat je niet denkt dat een tulp gewoon een tulp is, want dat is dus mooi niet zo.

Lekker Westfries vind ik het dan wel, de perkjes zien er allemaal braaf aangeharkt uit, tulpjes staan keurig recht, maar aan fratsen doen ze daar niet. Dus de wanden zijn onbekleed en er is nog niet zoveel gedaan als er een Vrolijke Tulpenfoto aan te hangen. Nee, het gaat om de tulpen in de bak en niet om de muren eromheen. O zo lekker keuterig.

Ik heb er jaren geleden nog eens vrijkaartjes voor gekregen. Wat was ik blij dat ik er niet voor hoefde te betalen!!!! Kanonne!

Nou en dat is het dan. Tulpen op een rijtje. In bakken. Lente!

De Holland Food & Flowers Fair 2014 (want het heet sinds de legionellabesmetting natuurlijk niet meer gewoon Westfriese Flora) is dit jaar van 27 februari tot en met 2 maart. Ga dat zien, ga dat zien. Ik sla het wederom over, ik kijk wel uit er mijn heerlijke Amsterdam voor uit te komen, maar als het toch regent, en je hebt Heel Veel Behoefte aan Tulpen: de Holland Food & Flowers Fair 2014, dames en heren!

Lente doe ik tot die tijd wel op mijn bord. Maar omdat ik toch niet zou willen verloochenen dat ik in dat dodelijk saaie, hyperburgelijke Bovenkarspel de eerste 14 jaar van mijn leven heb doorgebracht, doen we vandaag weer eens Heerlijk Hollandsch. En Lente. Dus: kropsla!

Want, stiekem... als we in ieder geval de kauwbare watervariant ijsberg toch gewoon verder mogen bestempelen als goedkope aankleding van goedkoop en inferieure troep bij Bijzonder Slechte en Immens Toeristische horecagelegenheden, en alle hippe slavarianten heel even een keer laten zitten, echt; kropsla is echt eigenlijk wel heel erg leuk. In het kader van Oma's Nostalgie (alweer, niet mijn oma, maar er zijn wel oma's voor)... een kropsla. Serieus. Gewoon doen. Deze salade kan als maaltijdsalade voor 2 personen of voorgerecht voor 4-6 personen (afhankelijk van hoeveel ze eten en hoeveel gangen je serveert). Probeer maar. Het is heel fijn.

  1. 1 kropsla
  2. 4 stevige aardappels (2 als voorgerecht)
  3. 2 eieren
  4. 150 gram snijbonen of sperciebonen of haricots verts 1 gerookte makreel (van de visboer of de markt!!!)
  5. 1 sjalotje
  6. zout, peper
  1. voor de dressing:
  2. 1 dl natuurazijn (of witte wijnazijn, maar die gebruikte oma meestal niet)
  3. 2 - 3 dl slaolie of zonnebloemolie (olijfolie kan ook, maar ook dat deed oma niet echt) 1 klein sjalotje, heel fijn gesnipperd
  4. flinke hand peterselie, fijngesneden
  5. 1 theelepel suiker
  6. 1-2 theelepels mosterd
  7. snufje zout en wat versgemalen peper

Nou, dan moeten de aardappels natuurlijk geschild en in stukjes. Dan met wat zout in koud water opzetten tot het kookt en dan 15-20 minuten koken. Na het koken afgieten en af laten koelen.

Eieren opzetten en hard koken. Goed laten schrikken. Boe roepen kan, maar helpt minder goed dan ze in ijskoud water kieperen en o, wat ben ik weer grappig. Eieren moeten goed koud zijn en dan pellen en in plakjes of partjes, wat je het leukst vind.

De boontjes ontdoen van kontjes en sliertjes, snijbonen in stukjes van zo'n 2-3 cm. Sperciebonen of haricots verts zo lang als je leuk vindt. Ook even koken, niet te lang 10-15 minuten, ze moeten een bite houden.

Sjalotje pellen en snipperen.

De kropsla goed wassen in ijskoud water en in stukjes scheuren, de harde kern eruit. Niet snijden, dan verpest je de structuur van de bladballetjes in de slabladeren!!!!

De makreel, kop eraf, vel eraf, graten eruit. En let ook op kleine graatjes, die zijn qua kauwen geen succes. Het visvlees in stukjes doen.

Voor de dressing meng je de azijn met mosterd, het gesnipperde sjalotje, zout, peper en suiker. Dan giet je druppelsgewijs de olie erdoor terwijl je vrij hard met een vork of garde roert, hierdoor krijgt de dressing een beetje stevige structuur, beetje mayonaise-achtig. Er zit geen ei in, dus het wordt geen mayo, maar het wordt wel een beetje dikkig. Peterselie toevoegen en je dressing is klaar. Even proeven en kijken of je er nog iets bij wil doen.

Dan maak je de salade op op een bord, de gescheurde kropsla gaat (goed uitgelekt of met een slacentrifuge gecentrifugeerde staat) onderop op het bord met daarop wat stukjes gesnipperde sjalot. daarop gaan de stukjes aardappel, dan drapeer je de stukjes boontjes erover zodat er ìcasualî, uitziet. Dan de stukjes makreel en onderop de rand van het bord de plakjes of partjes ei. Zout en peper naar smaak. Dressing erover en meteen serveren.

Als dat geen start van de lente is....

sponscake

Culinair kolonialisme

Culinair kolonialisme en de groeten van Fiona

Zo riep Jan Peter B. uit C. dat we ons meer van onze roemruchte V.O.C.-mentaliteit moesten bedienen, want dat was beter voor onze economie. Onmiddellijk kreeg hij eenieder over zich heen om hem te vragen of hij eigenlijk wel een idee had wat hij bedoelde. Eh... nee, daar had ie niet zo heel verschrikkelijk bij nagedacht. Hij bedoelde romantische dingen over ondernemerschap, lef om iets uit te proberen en onze trotse zeevaart. Misschien ook wel dat de V.O.C. de eerste eigenlijke multinational ter wereld was en meer van die leuke kanten van kolonialisme die we wèl in de geschiedenisboekjes opschreven.

Eerlijk is eerlijk, ik heb ook van alles geleerd over zowel de V.O.C. En ik leerde over verre landen met exotische kruiden en de handel die we dreven. Niets over het feit dat we niet alléén maar kruiden verhandelden, geen vermeldingen over het feit dat we aan slaven minstens zoveel verdienden, zo niet meer. Evenmin werd de indruk gewekt dat we misschien wel op punten niet zo heel vreselijk koosjer te werk gingen met zowel de slaven, de kruiden, koffie en thee en al helemaal niet dat ronduit het tegengestelde van koosjer was. Beslist niet iets om trots op te zijn! Wel denk ik dat het ook weer al tè gemakkelijk is om het alleen in het licht van onze huidige staat van beschaving en politieke opvattingen te plaatsen. Opvattingen waren toen anders. Mensenrechten moesten nog uitgevonden worden om het zo maar te zeggen. Some things improve with age, zullen we maar zeggen.

Culinair dan; want behalve in slaven, kloppen onze geschiedenisboekjes in zoverre wel dat er wel degelijk ook in specerijen, koffie, thee en dergelijke dingen werd gehandeld. Het Fair Trade-keurmerk was nog niet uitgevonden, dus "mochten" we de lokalen nog gewoon een poot uitdraaien. Hoewel peper toch wel degelijk peperduur was. Maar dat zal er ook mee te maken gehad hebben dat behalve de mensenrechten ook de transportcondities verbeterd zijn in de loop der tijd.

Er werd sinds de gouden eeuw toch ook heel wat aan ons smaakpalet toegevoegd. Dit is trouwens het geval in zo'n beetje elk land wat met buitenlandse bezettingen te maken heeft gehad; culinair brengt het dan weer wel wat. "Ons" Indie leverde ons een keur aan smaaktoevoegingen op aan onze Hollandsche klei-keuken. Bijvoorbeeld hachee, ik heb het er al eerder over gehad en zal er komende winter eens een recept voor neerzetten,
hoewel internet en alle Hollandsche kookboeken je nu ook verder kunnen helpen. Wat een verschil een paar kruidnagels en een paar laurierblaadjes kunnen maken op een stoofpot! Unbelievable!!!

In de jaren '60 is een grote groep Indonesische mensen in Nederland komen wonen en dat leidt altijd tot een verbreding van de culinaire cultuur wat mij betreft. In de jaren '70 is ook een grote groep Indonesische kinderen geadopteerd door Nederlandse ouders. Dat leidt tot een grappige mix van kaaskoppen met een Indonesisch koppie en een wisselende liefde voor de Indonesische keuken. Mijn partner is zo'n Indonesische kaaskop-adoptee.

Hij houdt niet alleen wèl degelijk van de Indonesische keuken, hij doet ook aan pedis voor gevorderden. Ik kan ook pedis, zeker, maar wat hij kan, daar ga ik dood van (althans, dat denk ik iedere keer als ik een hap neem van wat hij wèl kan eten). Een deel van deze groep adoptees houdt dan weer wel van Indonesisch, maar dan de voor "watjes"-versie, mild dus. En er is een deel wat gewoon niet verder wil dan Hollandsche andijvie.

Toen ik voor een feestje van de eerder genoemde adoptees (alwaar wij ons culinair samensmeltend een slag in de rondte smikkelen) deze Thaise variant van Indonesische steamcake meenam, heb ik een deel van de groep (sorry Yani...) in de waan gelaten dat we hier wel degelijk met Indonesische steamcake te maken hadden, het is niet ontdekt. Zo zie je maar. Deze steamcake bracht sommige aanwezigen rechtstreeks terug naar de sawahs en het prachtige groene land.

Ik beloofde het recept, ik kom die belofte nu eindelijk maar eens na:
1 mango
2 eieren, gesplitst (let op: kom moet brandje schoon zijn, anders wordt het eiwit niet stijf)
75 gram boter, gesmolten en afgekoeld
100 gram suiker
5 eetlepels kokosmelk
1 theelepel kardamom snufje gemalen chilipeper snufje zout
125 gram zelfrijzend bakmeel paar eetlepels geraspte kokos

En dan: kook water voor de stoompan en bekleed een stoompan met bakpapier (eerst helemaal tot prop verkreukelen, dan gaat dat bekleden makkelijker).

Klop de eiwitten stijf en klop er dan geleidelijk de suiker door (echt eetlepeltje voor eetlepeltje).

Klop de eidooiers en spatel deze voorzichtig door de eiwitten, dan de boter erdoorspatelen, snufje zout, en dan de kokosmelk erdoorspatelen (echt vouwen, heel voorzichtig). Het moet vooral luchtig blijven.

Zeef het bakmeel erboven en schep het al zevend voorzichtig door elkaar. Dan de kokos en 2/3 van de mangostukjes erdoorscheppen.

Giet dit mengsel voorzichtig in de stoommand en voeg dan nog de laatste mango toe. Die blijven dan lekker bovenop liggen en dat ziet er wel leuk uit. Stoom in ongeveer een half uur gaar boven het kokende water.
Na een half uur prikken met een satéprikker. Als je prikker er schoon uitkomt, is het klaar. Anders nog even door laten stomen.

Controleer wel tussendoor even of er nog voldoende water in je pan onder de stoommand zit. Niet geheel onbelangrijk.

Dan meenemen naar een feestje vol Indo's en dan gewoon kijken of je cake echt is ;-))

markeelsalade

Twents paasfeest

Twents pôasfeest (De Verschrikkelijke Eier-eet-wedstrijd)!

Hoewel ik In Enkhuizen ben geboren, in het Snouck van Loosenziekenhuis, wat overigens kort na mijn geboorte heeft vastgesteld dat ik was waar ze op gewacht hadden en het verder openhouden van het ziekenhuis niet verder meer nodig was, voel ik dat er Amsterdams Bloed door mijn aderen stroomt. Ik heb daarom vastgesteld dat ik behalve inmiddels Poorter van Amsterdam, altijd al een “etnische Amsterdammer” was (zelfbedachte term). Vader geboren en getogen Amsterdammer en moeder getogen, waarom, waarom, waarom in vredesnaam moesten ze mij nou perse daar krijgen? Nou ja, ik heb het zelf goedgemaakt en ben naar Amsterdam ge-emigreerd en werd Poorter van Amsterdam.

Een Amsterdammer is een Poorter. Poorter van Amsterdam werd je als je sinds jaar en dag (precies 1 jaar en 1 dag) binnen de stadspoorten van Amsterdam woonde. Originele Amsterdammers zijn er geschiedkundig niet, want “Wij Amsterdammers” zijn inpolderaars uit Utrecht. Althans, heel vroeger. Echt substantieel vroeger. Wel al hadden we vanaf het vrijwel eerste begin, zo vertellen de opgegraven dingen uit de klei (beerputten) ons, “echte” Stedelijke Voorzieningen. Zo hadden we een leerlooier en een smid. Dit in tegenstelling tot de boeren in de omliggende omgeving (in Amsterdam waren natuurlijk ook wel boerderijen) die slechts het boerenbedrijf runden en wat ze over hadden, ruilden met elkaar. Misschien wel daarom dat Amsterdammers nu nog als weinig respectvol koosnaampje voor eenieder woonachtig buiten de stad, de term “ boeren” blijft gebruiken. Kort en goed, Poorter van Amsterdam dus. Maar er is meer Buiten, In De Rest van de Wereld:

Rituelen bijvoorbeeld, zoals pôasvuren en pôaseieren eten. Zo heb ik een tijd mijn leven gedeeld met iemand die zijn roots in Het Oasten had liggen, Twente om het wat preciezer te formuleren. Twente, het land wôar de Tukkers allemôal zô prôat’n, Oerend Hard en Witte Wieven (vrouwengeesten die rondzweven op heide- en moerasgronden in Twente, hoewel Wikipedia zegt dat ze tot in Frankrijk voorkomen, maar zéker in Twente). En Pôasvuren dus. En pôaseier’n èt’n (= paaseieren eten - voor Amsterdammers en Anderen van Buiten Twente).

Die paasvuren, serieus, die beveel ik met stip van harte verschrikkelijk aan om een keer te gaan bekijken. Gelukkig hebben we tegenwoordig internet, zodat je als Stadse Deerne kunt kijken wôar die dingen zijn, want je moet wel echt ff weten waar je ze vinden kunt, want het is echt een lokaal dingetje. Verschillende dorpen (en dan vooral echt de dorpen) hebben zo’n paasvuur. Er wordt een ommeunige hoeveelheid hout opgestapeld en die wordt om 20.30 uur in de brand gestoken. Nou, dat geeft dus wel een fikkie, want die stapels zijn echt meters hoog, en het vuur gaat dan nog een tandje hoger. Als je rond die tijd door de streek rijdt, ruik je overal een distinctieve brandlucht.

En dat krijgen ze dan voor elkaar ná de voor mij beruchte Paaseiereneetwedstrijd, wat ik op persoonlijke titel ernstig knap vind. Want, ik heb dus wel een keer het paasvuur gezien, in Twente ook, maar “mijn” Twentenaren waren ook naar het Westfriese landschap ge-emigreerd, waardoor wij Twents deden in Hoorn. Dat pôas-eieren-eten-feest dus. Er werd een ommeunige hoeveelheid eieren gekookt. Volgens de traditie zit daar 1 rauw ei tussen verstopt. De hele familie neemt rond de lunch plaats aan een gigantisch lange tafel, met broodjes, lekkers en natuurlijk die ommeunige stapels eieren. Als je serieus meedoet aan de wedstrijd, eet je er geen brood of iets anders bij en gebakken eieren zijn voor mietjes. Nou, en dan eieren eten dus maar. Het is simpel, je lepelt je eieren er netjes uit zodat de schalen te tellen zijn en wie er de meeste weg weet te krijgen, heeft gewonnen. Mocht je de pech hebben, dat rauwe ei te treffen, dan tellen àl je voorgaande eieren niet meer mee en moet je opnieuw beginnen. Het moge duidelijk zijn, dat ik als Barbaarse Buitenstaander en Aanstaand-Amsterdammer-maar-toen-nog-Onwennige-Westfries, nooit een gooi naar de prijzen heb gedaan (eeuwige roem - en als je wil, nóg een ei). Het familierecord staat als ik mij goed herinner op 23. Dat is dus in een tijdsbestek van 1 - 1,5 uur het voor elkaar krijgen om 23!!!! eieren gegeten te hebben. Ik wil môar zeggen...

Het probleem met een dergelijke wedstrijd is dat een groot deel van de familie probeert tegen elkaar op te eten en al die familieleden blijven na afloop met z’n allen gezellig samen uitbuiken. Stel nou dat je het voor elkaar krijgt om getuige te zijn van dit gezellige familiaire samenzijn, dan adviseer ik sterk, onmiddellijk na het vaststellen van de winnaar, de tafel, de kamer het huis en ook de regio te verlaten, want alle aanwezigen hebben darmen. En buiken dus samen uit. You do the math...

Nú snap ik het: die paasvuren zijn tegen de lucht van al die de paaseierenetende Twentse familieleden. Best gevaarlijk nog, denk ik.

Wil je nou wel eieren eten met pasen, maar wil je culinair wat verder dan ommeunige stapels gekookte eieren, dan dit recept voor roerei-envelopjes met zalm en dille:

nodig voor 2 personen:
3 eieren
50 gram gerookte zalm (in snippers)
2 eetlepels belegen Goudse geraspte kaas
1/2 bosje dille
3 bosuitjes
4 tortillabladen uit een pak
wat boter
peper en zout

Supersimpel is dat dan om klaar te maken:
Eieren klutsen met wat zout en peper. De zalm en kaas klaarleggen. Dille heel klein snijden en de bosuitjes in kleine plakjes snijden.

Wat boter smelten in een koekenpan en als het heet is, de eieren erin, voortdurend zachtjes roeren. Als dat een beetje wat begint te worden qua stolling, kunnen de plakjes bosui erbij en die kunnen even meebakken en roeren. Als de eieren bijna gestold zijn, kan de kaas erdoor en als het mengsel voldoende gestold is, kan het vuur uit. De zalm en de dille kunnen er dan gelijkmatig doorheen geroerd worden.

Je vult de vier tortillabladen elk met een kwart van het eiermengsel en opvouwen alsof het een envelopje is. De koekenpan even schoonmaken en de tortilla-envelopjes er even in roosteren (laag vuur). Eerst met de vouwkant, dan kan die een beetje ‘dicht gaan zitten’, dan voorzichtig omdraaien en nog even de andere kant roosteren.
Ieder krijgt twee envelopjes, snijd die open voor het serveren (ziet er gezelliger uit) en smullen maar! Vrolijk pasen!!!

rookworst

De laatste rookworst van het seizoen

De laatste rookworst van het seizoen en de groeten van Fiona

Iemand vertelde mij gisteren dat ze hutspot met rookworst gingen eten die avond. Het zou de laatste keer worden voor een lange tijd, als afsluiting van het winterseizoen. Dat, en de rookworst in kwestie moest op vanwege de datum.

Nou heb ik dus eigenlijk altijd in mijn hoofd dat rookworsten niet over de datum kunnen, het is tenslotte conserverend gerookt en bovendien is het vacuüm verpakt. Dus kan het niet bederven, net als producten als gedroogd vlees; daar veeg je na 15 jaar het stof en de beestjes vanaf en hopla! smikkelen maar.... Maar dat schijnt niet zo te werken.

Zo hebben wij in de jaren tachtig mijn oma eens moeten vastbinden, zodat we toen haar oorlogsvoer konden weggooien. Ze had -zo vonden wij tijdens de verhuizing van oma- nog allemaal blikken voer die aan het eind van de 2e Wereldoorlog werd gedropt of waar ze op een andere manier aan gekomen was. Ze wilde ECHT niet dat het weggegooid zou worden, want je weet tenslotte nooit of er nog eens een oorlog uitbreekt en dan kon dat voer nog handig van pas komen; ja idd, als chemisch wapen dan.

Maar goed, gisteren is dus de rookworst gelukkig wel opgegeten, bij de hutspot en daarmee is de winter officieel en definitief over en is het zomerseizoen officieel gestart!!!

Ik weet eigenlijk niet meer of we oma nog los hebben gemaakt na afloop..... Winterkost... nee... Lentekost!

Rookworstsalade met zuurkool en aardappels, nodig:
1 rookworst (Hema of slager, die van de Unox is niet gerookt maar alleen ingesmeerd met rooksmaak...)
1 pak krieltjes
1 friszurige appel (bv elstar)
1/2 zak zuurkool
mosterd
olie
azijn
eventueel klein beetje suiker
peper en zout naar smaak.

Dan: kook de krieltjes eventjes en laat ze afkoelen (aardappels over van gisteren werken hier dus ook prima voor). De rookworst volgens de aanwijzing van de leverancier koken en laten afkoelen. Zuurkool even proeven; als je te zuur vind, even een beetje afspoelen tot ie het zuurniveau bereikt heeft wat je lekker vind.

Rookworst in plakjes en in een grote kom gooien samen met de krieltjes en de zuurkool. Appel in stukjes en hopla, ook erdoor.

Dressing maken van de olie, azijn en mosterd, eventueel met klein beetje suiker als je dat lekker vindt. Even proeven en naar smaak afmaken met peper en zout. Kan zowel koud als lauwwarm gegeten worden. Klaar!

close